Droomt u van Afrika? Wij begrijpen dat

OLIFANTEN

De Afrikaanse olifant is door de jaren heen het gezicht geworden van het Afrikaanse continent. Olifanten, en zeker de Afrikaanse olifant, zijn majestueuze dieren om te zien met hun enorme lichamen en indrukwekkende slagtanden. Er bestaan twee soorten Afrikaanse olifanten, Loxodonta, de savanneolifant die meer dan 8 ton kan wegen, en de bosolifant, de derde grootste olifant ter wereld, die iets kleiner en donkerder is dan de savanneolifant en maximaal 3500 kilo kan wegen.

 

De bosolifant komt alleen nog maar voor in de regenwouden van Afrika. Vroeger werd aangenomen dat beide takken familie van elkaar waren, maar in het jaar 2000 werd officieel vastgesteld dat het hier toch om twee verschillende soorten olifanten ging. Afrikaanse olifanten kunnen gemiddeld 70 jaar worden.

 

 

BOUW

 

Savanneolifant (Loxidonta africana)

De savanneolifant is een echte reus. Hij is zelfs het grootste landdier ter wereld. Stieren worden 240-340 centimeter hoog en 600-730 meter lang. Hun gewicht is ook flink aan de maat, ze kunnen 7,500 kg wegen, en in uitzonderlijke gevallen zelfs wel 8 ton.

 

De oren van de savanneolifant zijn groot en goed doorbloed. Hiermee kan de olifant zichzelf bij extreme hitte afkoelen. Verder zijn de voorbenen van de savanneolifant langer dan de achterbenen.

 

Opvallend bij de Afrikaanse olifant is het feit dat zowel de mannelijke als de vrouwelijke olifanten beiden slagtanden hebben, alhoewel de slagtanden van het mannetje langer zijn dan die van het vrouwtje. Bij andere olifantensoorten hebben alleen de mannen slagtanden. De slagtanden zijn licht naar voren gebogen en blijven hun hele leven doorgroeien.

 

Het huid van de savanneolifant is licht- tot donkergrijs of bruin van kleur en licht behaard met zeer stugge haren.

 

Ondanks hun enorme afmetingen maken deze olifanten erg weinig geluid tijdens het lopen. Dit komt door sponsachtige kussentjes onder hun voeten die dienst doen als schokdempers. Elke olifant heeft tevens zijn eigen voetafdruk. De savanneolifant heeft 4 nagels aan de voeten van de voorbenen en 3 aan de voeten aan de achterste benen.

 

De slurf van de savanneolifant is lang en flexibel. De slurf weegt 130 kilo en kan tot een gewicht van 250 kilo optillen. Feitelijk is het uiteinde van de slurf een combinatie van zijn bovenlip en zijn neus, waarbij de neusgaten zich in het puntje van de slurf bevinden.

 

De slurf bestaat in totaal uit 100.000 verschillende spiertjes en heeft aan de uiteinde twee vinger-vormige uitsteeksels die dienst doen als een soort vingers. Hiermee kunnen ze er met gemak voorwerpen mee oppakken.

 

Bij beide soorten olifanten geldt dat de slurf gezien moet worden als vijfde lid van het lichaam waarmee geroken, geademd en gedronken wordt. Ook kunnen ze er voorwerpen mee pakken en gebruiken ze hun slurf om elkaar mee te liefkozen. Verder kan de slurf zelfs trillingen waarnemen.

 

Bosolifant

Al lijken de savanneolifant en de bosolifant veel op elkaar, er zijn wel een paar duidelijke verschillen tussen de twee soorten. Zo is de bosolifant kleiner, lichter, heeft hij rondere oren en zijn hun slagtanden dunner, kleiner en rechter dan die van de savanneolifant.

 

Mannelijke bosolifanten kunnen 3 meter hoog worden en de vrouwtjes 2,5 meter hoog. Ze hebben 4 kiezen die per stuk 5 kilo wegen en 24 cm lang zijn. Ook hebben ze 5 nagels aan de voeten van hun voorbenen en 4 nagels aan de voeten van hun achterste benen.

 

De slagtanden van de bosolifant zijn geel-bruin van kleur en zijn zo lang dat ze praktisch de grond kunnen raken. Deze zeer sterke slagtanden zijn zeer nuttig in de leefomgeving waar de bosolifant leeft. Zo worden ze gebruikt om een weg te banen door het dichte struikgewas.

 

De oren van een olifant zijn niet alleen voor de verkoeling van belang, ze zijn net zo belangrijk voor het opvangen van geluiden. De grootte van de oren zorgt er bijvoorbeeld voor dat de Afrikaanse olifant geluiden van bijvoorbeeld een andere olifant kan waarnemen op bijna 5 km afstand. Onder ideale omstandigheden kan dit zelfs oplopen tot 10 km!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

LEEFGEBIED

 

Bosolifanten leven in de dichtbeboste gebieden van West- en Midden-Afrika, en dan met name in de Congo.

 

De savanneolifant leeft in Zuid- en West-Afrika. Hij kan in verschillende soorten gebieden leven, van zowel woestijngebieden, kustgebieden, graslanden, op de savanne tot in bergachtige gebieden.

 

 

VOEDING

 

De savanneolifant brengt heel wat uurtjes per dag etend door.  Een volwassen olifant consumeert gemiddeld 250 kilo aan voeding per dag.  Daarvoor moeten ze dagelijks grote afstanden afleggen.

 

Hun voeding bestaat uit grassen, fruit, bast, kruiden, twijgen en bladeren. Op het heetst van de dag zoeken ze de schaduw op en als het echt heel heet is dompelen ze zichzelf onder in het water.

 

Om te drinken gebruikt de olifant zijn slurf. Hij doet dit door deze vol te zuigen en weer leeg te spuiten in zijn mond. Ook gebruikt hij zijn slurf om water en modder over zichzelf heen te gooien.

 

Het dieet van de bosolifant bestaat ook uit vegetatie, o.a planten, bladeren, fruit en laag struikgewas.

 

De voorste paar kiezen in de mond van de bosolifant slijten en vallen in stukjes en beetjes uit zijn mond. Zodra dit gebeurt schuiven de achterste tanden naar voren waardoor er weer nieuw kiezen verschijnen op hun oude plaats.

 

De tanden van de bosolifant worden gedurende hun leven zes keer verwisseld, echter, tegen de tijd dat ze 40-60 jaar oud zijn worden deze niet meer vervangen en sterven ze vaak een hongerdood.

 

 

VOORTPLANTING

 

Olifanten zijn erg aan elkaar gehecht. Ze leven in groepen, waarbij de savanneolifanten grotere groepen vormen dan de bosolifanten. Bosolifanten vormen groepjes van gemiddeld 3-5 individuen terwijl savanneolifanten groepjes vormen van 10-20 olifanten.

 

De groepen bestaan voornamelijk uit moeders, zusjes, nichtjes en kalfjes en worden geleid door een matriarch, een oudere dame. Als een groep savanneolifanten te groot wordt zal het zich splitsen, maar relaties tussen de beide groepen worden nooit helemaal verbroken.

 

Afrikaanse olifanten worden seksueel actief op gemiddeld 10-12 jarige leeftijd. Op deze leeftijd verlaten de mannetjes meestal de groep om of kleinere groepjes met andere mannetjes te vormen of om geheel zelfstandig door het leven te gaan.

 

Zodra een vrouwelijke olifant bronstig wordt, wat eens per 3-9 jaar gebeurd, geeft ze een sein af aan het mannetje. Het mannetje, dat ondertussen gedomineerd wordt door zijn op dat moment zeer hoge testosteron gehalte, musth, (wat in de Hindische taal dronken betekent), merkt dit op en rent meteen op het vrouwtje af.

 

Een mannetjes olifant dat in musth is, is onhandelbaar en kan zeer agressief worden. Hun testosteron gehalte kan tot 60 keer hoger zijn dan normaal. Er zijn zelfs gevallen bekend van in musth zijnde jonge mannetjes olifanten die neushorens zonder provocatie zijn aangevallen en met hun slagtanden doorboord hebben. Het weer introduceren van oudere mannetjes olifanten in een groep remde dit soort gedrag direct af.

 

Savanneolifanten vrouwtjes raken al op 12 jarige leeftijd zwanger van hun eerste kalfje. Daarna zullen ze eens in de 3-4 jaar weer zwanger worden. Bosolifanten aan de andere kant krijgen pas op hun 23ste hun eerste kalfje waarna zwangerschappen zich eens in de 5-6 jaar voordoen. Hierdoor ligt de reproductie van de bosolifanten beduidend lager dan die van de savanneolifanten.

 

Zwangerschappen zijn niet seizoensgebonden en duren 22 maanden. Gemiddeld zal een vrouwtje pas na drie inseminaties zwanger worden. De baarmoeder van een vrouwtjesolifant is groot genoeg om een tweeling te produceren, maar dit gebeurt zelden.

 

Baby kalfjes worden door alle vrouwen binnen de groep verzorgd en opgevoed. Zodoende leren zij meteen belangrijke lessen in opvoeding en verzorging.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

RELATIE TOT DE MENS

 

Mensen vormen het grootste gevaar voor de Afrikaanse olifant. Decennialang is de olifantenpopulatie van Afrika van 700.00 teruggedrongen naar 100.00 stuks. Ze waren het slachtoffer geworden van stropers die hen doodden voor hun slagtanden. Ook al werd de handel in ivoor verboden in 1990, toch worden ze nu nog steeds afgeslacht. De ivoorhandel is een miljoenenindustrie waar veel arme Afrikanen profijt van maken.

 

De grootschalige ontbossing in het leefgebied van de Afrikaanse olifant is zeer zorgelijk en de toename van ‘landjepik’ door boeren zorgt verder voor nog meer grote problemen, want hierdoor raakt hun leefgebied behoorlijk in de verdrukking.

 

IUCN

WERELD VAN DE SAVANNE

 

AFBEELDINGEN

 

MADE WITH WERELD VAN DE SAVANNE © 2017 ALL RIGHTS RESERVED