Droomt u van Afrika? Wij begrijpen dat

MASAI

Waarschijnlijk denken veel mensen het eerst aan de Masai als ze aan Peijnenburg ontbijtkoek denken. Begrijpelijk, want  Peijnenburg kreeg heel snel door dat zij van alle Afrikaanse stammen het hoogst kunnen springen en daar hebben ze echt geen poolstok voor nodig! De Masai zijn lang, ze dragen rode omslagdoeken en ze zijn atletisch. Verder kom je deze stam erg vaak tegen als je op safari gaat in Tanzania en Kenia.

 

 

NOMADEN

 

De Masai is een nomadisch volk dat zijn oorsprong heeft in Sudan, net als de Samburu stam dat heeft. Net als de meeste stammen is vee hun voornaamste bron van voedsel. Ze eten het vlees van hun eigen vee, drinken het bloed en de melk. Vroeger konden ze hier prima van leven, maar nu moeten ze ook hun toevlucht zoeken tot de landbouw.

 

De Masai heeft het vandaag de dag niet makkelijk. Als nomadenvolk zijn ze gewend om telkens van het ene gebied naar het andere te verhuizen om zodoende het kaal gegeten land de kans te geven om weer te herstellen.

 

Tegenwoordig worden ze echter door de Keniaanse en Tanzaniaanse regeringen onder druk gezet om hun land af te staan zodat deze ingesloten kunnen worden bij de Amboseli, Maasai Mara en Serengeti wildparken.

 

Het zegt veel over de Masai dat ze ondanks de vele tegenslagen die ze nog altijd ondervinden, dat ze toch nog in staat zijn om hun eeuwen oude tradities te behouden. Oxfam zegt van de Masai dat de wereld ze juist zou moeten omarmen omdat zij, in tegenstelling tot veel andere stammen, het droge en woeste land zo goed weten te cultiveren.

 

De Masai hebben hun portie ellende gekend in het verleden. De beginnende kolonisatie van Afrika in 1840 heeft hen veel problemen opgeleverd. De Europeanen brachten niet alleen schepen vol met nieuwe kolonisten, ze brachten ook hun eigen dieren en ziektes met zich mee. De Masai bezweek met honderden tegelijk aan deze infectieziektes, maar ook hun vee legde het loodje doordat zij ook geïnfecteerd werden met de runderpest.

 

Uiteraard bleven de gevolgen ook niet uit op andere gebieden, want door hun inmiddels afgetakelde status waren ze open wild geworden voor de andere stammen. Konden de Masai voorheen altijd prima hun mannetje staan, nu waren ze zodanig verzwakt dat ze zichzelf niet meer konden verdedigen. Het ‘landjepik’ van de Europeanen verergerde hun situatie nog verder.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

VOEDING

 

De Masai eten voornamelijk vlees dat afkomstig is van koeien, geiten en schapen. Ze eten geen vis, kip of wilde dieren. Dit was eeuwenlang hun voornaamste bron van voeding, maar gezien de veranderende tijden eten ze nu ook ’s morgens maïspap van mais die ze zelf verbouwen.

 

Wanneer er droogte heerst drinken ze het bloed van een koe. Koeien worden hiervoor niet gedood, het bloed wordt gewoon afgetapt uit een halsader en opgevangen in een kalebas. Ze doen dit door de hals af te binden en een pijl in de hals van de koe te schieten. Daarna wordt de hals van de koe afgebonden en de koe wordt een aantal weken daarna met rust gelaten.

Sociale leven

 

Pasgeborenen worden niet erkend totdat ze drie maanden oud zijn. De reden hiervan was altijd het hoge sterftecijfer onder baby’s. Tegenwoordig gebruiken Masai vrouwen gelukkig ziekenhuizen en klinieken waardoor de natale en postnatale zorg veel beter is geregeld.

 

Masai mannen kunnen erg hoog springen, denken we weer aan de Peijnenburg reclame. Dit is een techniek die ze zichzelf hebben aangeleerd en de spronghoogtes zijn erg indrukwekkend, met een gemiddelde hoogte van 1,5 meter.

 

Een overleden Masai wordt zonder ceremonieel plomp in de open velden achtergelaten als voer voor aaseters. Voor westerse mensen is dit ondenkbaar, maar dit is ook onderdeel van de Masai traditie.

 

Een lijk dat niet wordt opgegeten is verdacht. De overledene moet dan iets mankeren en dat heeft weer zware gevolgen voor de familie. Om dit soort vervelende situaties te voorkomen worden sommige lijken door de nabestaanden ingesmeerd met bloed en vet om ze aanlokkelijk te maken voor aaseters. Zo kunnen ze ook de schande van hun familie voorkomen.

 

 

UITERLIJK

 

Veel Masai hebben uitgerekte oorlellen, al moet worden gezegd dat de jongere generatie hier minder vaak behoefte aan beginnen te krijgen. Gaatjes worden geprikt met behulp van doorns, stenen, takken en olifanten slagtanden.

 

Vrouwen dragen vaak oorbellen die gemaakt zijn van vrolijke gekleurde kralen in hun oren. Ze hebben ook piercings in hun oorschelpen waar ze kleine oorbelletjes in doen.

 

Masai scheren het hoofd kaal. Wanneer een kind drie jaar wordt, wordt deze ook kaalgeschoren, op een strip haar na dat vanaf de nek tot aan het voorhoofd blijft zitten. Vrouwen die een miskraam hebben gehad laten het haar op de voor of achterkant van het hoofd staan. Dit is geheel afhankelijk van de sekse van het ongeboren kindje. Alleen krijgers behouden hun haar.

 

 

BESNIJDENIS

 

Besnijdenis, emorata, is ook onderdeel van de Masai traditie en gebeurt zonder verdoving. De hele procedure dient door de jongens in stilte te worden verdragen, want elk uiting van pijn wordt gezien als een teken van zwakte en brengt schande op de besnedene. De leeftijd waarop dit gebeurt is 12-25 jaar. Na de ingreep moeten jongens gemiddeld 4-8 maanden lang zwart dragen.

 

Ook jonge vrouwen worden volgens de Masai traditie besneden, emuratare. De gevolgen van het niet besneden worden van een vrouw kan niet onderschat worden. Een onbesneden vrouw zal niet serieus worden genomen door de andere stamleden. Ook zal een man haar kunnen weigeren omdat ze niet ‘huwelijk waardig is’ of omdat ze geen bruidsschat willen betalen voor een onbesneden vrouw.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HUTTEN

 

Het bouwen van een hut duurt van een paar dagen tot een paar weken en is een taak van de vrouwen van het dorp. Zij zijn tevens ook verantwoordelijke voor het herstelwerk aan de hutten. Alleen bejaarde en zwangere vrouwen worden ontzien van deze bezigheden.

 

Hutten hebben geen ramen en daardoor is het erg donker binnen. Ze zijn gemiddeld 3 x 5 meter groot en 1,5 meter hoog. De hutten zijn rond, eenvoudig en makkelijk te bouwen en zijn opgetrokken uit gevlochten takken. De tochtgaten worden opgevuld met modder dat gemengd is met mest en soms zelfs met menselijke urine.

 

Er staan twee bedden in, één voor de ouders en één voor de kinderen. Grappig genoeg, ondanks het kleine formaat, dienen de hutten ook als opslagplaats voor brandstof en kleinvee. Een extra omheining voor het vee wordt in de dorpskern gebouwd.Om hun vee en zichzelf te beschermen tegen wilde dieren bouwen de Masai hun dorpen, boma, in een met doornenstruiken opgetrokken omheining.

 

 

 

 

            © ABIR ANWAR

WERELD VAN DE SAVANNE

 

AFBEELDINGEN

 

MADE WITH WERELD VAN DE SAVANNE © 2017 ALL RIGHTS RESERVED